Regio pakt decentralisaties op
Hoe slagen we erin om met minder geld en minder mensen het zorgniveau voor jong en oud in Noordwijk op een hoog niveau te houden? Met bovendien ook nog eens de uitdaging ‘de vraag van de cliënt’ helemaal centraal te stellen in hoe we werken. En tegelijkertijd ook nog eens fiks bezuinigen.
Actuele vraagstukken
Dat zijn actuele vraagstukken nu Gemeente Noordwijk verantwoordelijk wordt voor de uitvoering van een groot deel van de sociaal-maatschappelijke agenda en voor alle taken die vanuit het Rijk gedecentraliseerd worden, zonder de bijbehorende gelden.
Drie decentralisaties
Drie grote taken (kortweg de 3 D’s) gaan van het Rijk naar de Gemeenten: de Wet werken naar vermogen, de decentralisatie van de Jeugdzorg en de uitbreiding van de Wet maatschappelijke ondersteuning. Deze uitbreiding komt bovenop een aantal taken waarvoor de gemeente sinds een paar jaar verantwoordelijk is.
Hele ondersteuning
Noordwijk tekende eerder al voor zaken als het Centrum Jeugd en Gezin, de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Wet Werk en Bijstand. In de toekomst komen daar dus nog drie grote taken bij. Er is maar één conclusie mogelijk: van piepjong tot stokoud, gemeente Noordwijk wordt in de toekomst verantwoordelijk voor vrijwel de hele sociaal-maatschappelijke ondersteuning van inwoners.
Uitdaging
Voor wethouder Leon van Ast (PUUR NOORDWIJK), binnen het college onder meer verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning, is het één van de meest uitdagende vraagstukken, waarin veel speerpunten uit van zijn politieke overtuiging samenkomen. Hij ziet de decentralisaties als een pittige uitdaging.
Met maatschappelijke partners
Hij is er al een tijd intensief mee bezig. Hij heeft z’n Noordwijkse partners opgezocht om de komende veranderingen door te nemen. “Over de decentralisaties hebben wij intensief overleg met het Wmo-platform, de Raad van Wonen, Zorg en Welzijn en andere cliëntenorganisaties. We hebben elkaar nodig om de decentralisaties goed op te pakken en tot een succes te maken.”
Niet onbekend
De sociaal-maatschappelijke agenda is geen onbekend terrein voor de gemeente. Wethouder Leon van Ast: “Delen van de sociale agenda zijn aan de gemeente toevertrouwd. We hebben er succes mee. Eenzelfde aanpak hanteren we bij de komende drie decentralisaties.”
Aanpak
Hij doelt op het Centrum Jeugd en Gezin Noordwijk, de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Wet Werk en Bijstand. De manier van werken wordt getypeerd door: samenspraak met de maatschappelijke organisaties, kostenbewust opereren, klantgericht werken, zorg dicht bij mensen organiseren en werken vanuit de eigen kracht van mensen.
Vertillen aan opgaven
Maar is dit succes (uit het verleden) de garantie op toekomstig succes? De opgaven liegen er niet om: een aanzienlijke uitbreiding van de sociale agenda, een verwachte toename van de uitgaven met zo’n 30 - 40% en niet meer mensen of geld voor de uitvoering (eerder minder, gegeven de bezuinigingsdoelstellingen van de gemeente Noordwijk), veel nieuwe complexe vragen (ook ethische), veel nieuwe doelgroepen, voor een deel zeer kwetsbare inwoners, veel nieuwe partners en uitvoeringsorganisaties en ook de kans op open-einderegelingen, met grote financiële risico’s.
Met de regio
Wordt de gemeente niet overvraagd? Wethouder Leon van Ast: “Je loopt tegen je grenzen aan van wat je aankunt. Om de uitdaging echt aan te kunnen hebben 15 regiogemeenten de handen ineen geslagen. Logisch: we moeten in bijna alle gevallen hetzelfde doen en we kunnen enorm van elkaar profiteren als we samenwerken. Uitgangspunt is dat de regionale 3D-samenwerking een lokale meerwaarde oplevert, zo hebben we afgesproken. Regionaal wat moet; lokaal wat kan. Zo vertillen we ons niet aan de opgaven en gebruiken we de veranderingen als kansen.”
Groen licht
De regio bereidt zich dus gezamenlijk voor. Onder de vlag van HollandRijnland wordt de samenwerking gecoördineerd. De basis is een gedeelde strategische visie en een plan van aanpak, beide inmiddels goedgekeurd door de verantwoordelijk wethouders. Groen licht om in een speciaal daartoe opgezette projectorganisatie aan de slag te gaan.
Voordelen
De samenwerking betekent onmiskenbaar een hogere kwaliteit, een grotere effectiviteit, het oogsten van schaalvoordelen en lagere kosten, bijvoorbeeld bij het gezamenlijk inkopen van zorg, of het uitvoeren van de gewenste procesverbeteringen in een van de ‘ketens’.
Oogsten
Wethouder Leon van Ast: “Op deze manier bieden de decentralisaties kansen. Meer slagkracht. Meer doen met minder geld. Minder bureaucratie voor cliënten en zorgaanbieders, lokaal maatwerk, focus op klant en, naar ik hoop, een hoge tevredenheid bij de afnemers van zorg.”
Profiteren van samenhang
De samenwerkende gemeenten onderkennen dat de drie decentralisaties veel gemeenschappelijk hebben. Het zijn drie verschillende operaties, maar er is veel samenhang. Daar ligt dan ook een grote kans op samenwerkingsvoordelen.
Bijvoorbeeld: wat zijn de voor- en nadelen van de verschillende manieren van inkoop voor gemeenten van verschillende omvang? Maar ook: welke effecten hebben deze manieren van inkoop op de keuzevrijheid van de hulpvrager?
Verkenning
De wethouder noemt ook: een kwaliteitsmeting in relatie tot de financiering. Als cliënten op 2 of meer terreinen problemen hebben, kunnen we dan door slim koppelen een beter resultaat boeken met minder kosten? “Voor ieder onderdeel zijn er gemeenschappelijke terreinen die de 15 regiogemeenten gaan onderzoeken. Ik heb hoge verwachtingen van wat die verkenning oplevert.”
Samenwerken voor sterk lokaal niveau
In ieder geval willen de regiogemeenten met hun samenwerking de kwaliteit en de effectiviteit van hun werk verhogen, schaalvoordelen realiseren: vormen van ondersteuning die voor een individuele gemeente niet haalbaar zijn toch kunnen organiseren of contracteren en natuurlijk ook kostenverlaging binnenhalen.
Wethouder Leon van Ast: “Dat is helemaal in het belang van onze eigen bevolking. Alleen op die manier bieden we hen de beste zorg, tegen zo laag mogelijke kosten en precies toegesneden op wat zij vragen.”
Wat verandert er? Een kort overzicht
Wet maatschappelijke ondersteuning
De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) krijgt er een taak bij. Noordwijk wordt verantwoordelijk voor circa 230 burgers met een somatische, psychogeriatische, psychiatrische, lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke aandoening. Deze krijgen nu dagopvang of individuele begeleiding. In het overgangsjaar 2013 zetten de gemeenten deze oplossingen voort maar zullen zij nadrukkelijk kijken of er andere, betere, mogelijkheden zijn. De samenwerkende gemeenten zijn er in ieder geval van overtuigd dat taken efficiënter kunnen worden georganiseerd.
Wet Werken naar Vermogen
Met ingang van dit jaar zal de Wet Werken naar Vermogen (Wwnv) ingevoerd worden. Uitgangspunt is dat meer mensen op een reguliere arbeidsplek aan de slag gaan. Voor een beperkte groep inwoners die nu onder de Wsw valt, blijft een deel of een vorm van deze wet bestaan: de groep beschut werken. Het uitgangspunt blijft: werk gaat boven een uitkering. Het succes van de wet staat of valt met de bereidheid van werkgevers om mensen met een arbeidsbeperking in te zetten. De samenwerkende gemeenten gaan de dienstverlening aan werkgevers op een effectief schaalniveau inzetten.
Jeugdzorg
Gemeenten worden verantwoordelijk voor alle ondersteuning en hulp aan jeugdigen en hun opvoeders. Dit omvat onder andere: provinciale (geïndiceerde) jeugdzorg, het advies en meldpunt kindermishandeling (AMK), jeugdzorgPlus (gesloten jeugdzorg), geestelijke gezondheidszorg voor jeugdigen (jeugd-GGZ), zorg voor jeugd met een licht verstandelijke beperking (jeugd-LVB), jeugdbescherming en jeugdreclassering. De nieuwe wetgeving rond passend onderwijs sluit hierop aan. In 2015 moeten de samenwerkende gemeenten dat geregeld hebben.









